Begrippen - P 

P

Parallelle (of gelijke) beweging
twee of meer stemmen bewegen zich in dezelfde richting.

Parallelle toonladders
een majeur- en mineurladder met dezelfde tonen (en dus voortekens), b.v. G-majeur en e-mineur.

Partij
deel van een muziekstuk gespeeld of gezongen door één instrument of stem, of, bij een groter orkest, door één groep.

Partituur
bladmuziek voor de dirigent, waarop alle partijen in een vaste volgorde boven elkaar staan.

Passacaglia
een reeks variaties boven een ostinate bas.

Passie
oratorium met als tekst het lijdensverhaal van Christus.

Pentatoniek
toonladder met 'slechts' 5 tonen (Chinese toonladder).

Periodieke zinsbouw
het samenstellen van muzikale zinnen d.m.v. contrasterende motieven in een symmetrische structuur, b.v. 4 maten stijgend, 4 maten dalend, voorzin met drieklanktonen, nazin in secundes.

Pianokwintet
piano + strijkkwartet.

Pizzicato
het tokkelen op een strijkinstrument.

Polyfonie
meerstemmigheid waarbij alle stemmen een zelfstandige melodische betekenis hebben (vaak inzetten na elkaar).

Polymetriek
verschillende maatsoorten die tegelijkertijd voorkomen in een muziekstuk.

Polyritmiek
verschillende ritmes die tegelijkertijd voorkomen in een muziekstuk (b.v. triolen en achtsten).

Polytonaliteit
gelijktijdig meer dan 2 verschillende toonsoorten gebruiken.

Portato
bijna gebonden (noten lang spelen maar net niet aan elkaar) (articulatie).

Prelude
in barokmuziek: inleiding tot suite/fuga; vanaf Romantiek: een zelfstandig muziekstuk.

Preluderen
quasi improviserend spelen, als inleiding.

Programmamuziek
instrumentale compositie geïnspireerd op een idee buiten de muziek (b.v. een verhaal, gedicht, landschap, schilderij, natuur, dier enz.).

Protestlied
lied waarin de onvrede met (wan)toestanden tot uitdrukking komt.